Zwangerschap en hoge bloeddruk

Tien tot vijftien procent van de vrouwen die voor het eerst zwanger zijn, krijgt een hoge bloeddruk (hypertensie). Hypertensie is vaak een reden om u naar de gynaecoloog te verwijzen. Een hoge bloeddruk die het gevolg is van de zwangerschap, wordt zwangerschapshypertensie genoemd. Een ernstiger vorm van zwangerschapshypertensie wordt pre-eclampsie genoemd. Hierbij zijn er tekenen te zien, bijvoorbeeld in eiwitwaardes in de urine, van tijdelijke orgaanbeschadiging. Hypertensie die al vóór de zwangerschap bestaat, wordt chronische of pre-existente hypertensie genoemd.

Complicaties

Bij een hoge bloeddruk kunnen complicaties bij moeder en kind optreden. Uw nieren en lever kunnen tijdelijk slechter gaan werken en er kunnen afwijkingen in de bloedstolling ontstaan. De bloedtoevoer naar de placenta (moederkoek) kan afnemen. Dit kan tot gevolg hebben dat het kind in groei achterblijft of dat de conditie van de baby achteruitgaat. 

Onderzoek

Bij een verhoogde bloeddruk wordt doorgaans de urine gecontroleerd op de aanwezigheid van eiwit. Meestal vindt bloedonderzoek plaats. Voor de beoordeling van de conditie van de baby wordt echoscopisch onderzoek verricht en een hartfilmpje van de baby gemaakt (een CTG: cardiotocogram). Deze onderzoeken vinden poliklinisch plaats. Bij ernstige hypertensie wordt u soms opgenomen. Doorgaans herhaalt de gynaecoloog bij elke controle de verschillende onderzoeken. Als u tussen de controles door meer of nieuwe klachten krijgt of minder leven voelt, is het verstandig contact op te nemen met het ziekenhuis.

Behandeling

Als de bloeddruk bij herhaling te hoog is, kan de gynaecoloog u bloeddrukverlagende medicijnen voorschrijven. Afhankelijk van de situatie kan de gynaecoloog adviseren de bevalling in te leiden (zie ook Zwangerschap en inleiding van de bevalling).

Meer informatie