Anticonceptie

Anticonceptie is een manier om de bevruchting en/of de innesteling van een bevruchte eicel tegen te gaan en daarmee de kans op een zwangerschap zo klein mogelijk te maken. Geen enkele vorm van anticonceptie is voor 100% betrouwbaar.  Anticonceptie kan door de man of door de vrouw worden toegepast.

Anticonceptie bij de vrouw:

  • De anticonceptiepil. Dit is het enige anticonceptiemiddel dat wordt ingenomen. De pil bevat een combinatie van hormonen die er voor dat de eisprong niet optreed, het baarmoederslijmvlies ongeschikt wordt voor innesteling en het slijm in de baarmoedermond ondoorgankelijk wordt voor zaadcellen.
  • De minipil. Een pil die alleen het progresteron hormoon bevat. Deze pil wordt iedere dag van de maand (dus ook tijdens  de menstruatie) ingenomen. Deze pil kan veilig worden  gebruikt bij borstvoeding.
  • Prikpil. Dit is geen pil, maar een injectie die om de 3 maanden wordt toegediend in de bil. Het voordeel hiervan is dat u niet iedere dag aan de pil hoeft te denken. Nadeel is dat er onregelmatig bloedverlies kan optreden. Na het stoppen met de prikpil kan het lang (tot een jaar) duren voor uw eigen cyclus terugkeert en u zwanger kunt worden.
  • Spiraaltje. Een plastic staafje dat in de baarmoeder wordt gebracht. Het spiraaltje is meestal T-vormig en bevat koper. Hierdoor ontstaat er een reactie in het baarmoederslijmvlies, waardoor het ongeschikt wordt voor innesteling van een bevruchte eicel. Sommige spiraaltjes zijn 5 jaar werkzaam, andere gedurende 10 jaar. De menstruatie wordt wat heviger dan bij het gebruik van een spiraaltje. 
  • Het hormoonspiraaltje (Mirena). Dit spiraaltje bevat een hormoon dat het baarmoederslijmvlies ongeschikt maakt voor innesteling, maar dat ook de menstruatie wat lichter en minder pijnlijk maakt. Tijdens de eerste maanden van gebruik is er vaak wat onregelmatig bloedverlies. Het hormoonspiraaltje werkt 5 jaar. De betrouwbaarheid is vergelijkbaar met een sterilisatie, met het verschil dat het hormoonspiraaltje niet definitief is.
  • Hormoonhoudend staafje (Implanon). Implanon is een hormoonhoudend staafje dat onder de huid in de bovenarm wordt geplaatst. Het geeft gedurende drie jaar iedere dag een kleine hoeveelheid hormoon af.
  • Vaginale ring (Nuvaring). De vaginale ring plaatst u één keer per maand in de vagina en draagt deze dan gedurende 3 weken. Daarna wordt de ring verwijderd en volgt een onttrekkingsbloeding. De ring bevat dezelfde hormonen als de anticonceptiepil. Deze hormonen worden dagelijks in een kleine hoeveelheid afgegeven. 
  • Anticonceptiepleister. De anticonceptiepleister wordt wekelijks op de huid geplakt. Hij bevat dezelfde hormonen als de anticonceptiepil.
  • Sterilisatie. Een definitieve manier van anticonceptie voor als u zeker weet dat u nooit meer zwanger wilt worden. Bij een sterilisatie worden de eileiders afgesloten, zodat de zaadcellen ze niet meer kunnen bereiken. Dit kan via de buik gebeuren tijdens een kijkoperatie. Dit wordt onder algehele verdoving gedaan. Er worden clipjes of ringetjes over de eileiders geplaatst. Sterilisatie kan ook vaginaal worden verricht. Met een kleine camera wordt via de vagina de baarmoeder binnen gegaan (hysteroscopie) en worden plugjes geplaatst in de eileider (zie ook sterilisatie van de vrouw).

Anticonceptie bij de man:

  • Mannencondoom. Een dun rubber zakje dat voor de gemeenschap om de stijve penis wordt geplaatst. 
  • Sterilisatie. De zaadleiders worden onderbroken door er een stukje uit te verwijderen. Deze operatieve ingreep wordt door de uroloog uitgevoerd.

Header