Hysterosalpingogram (HSG)


Een hysterosalpingogram wordt gemaakt om na te gaan of de eileiders normaal toegankelijk zijn. Ook kan bij dit onderzoek de vorm van de baarmoeder worden bekeken. Een HSG moet worden gemaakt in de eerste helft van de menstruatiecyclus, om te voorkomen dat u zwanger bent ten tijde van het HSG. Dat wil zeggen dat het onderzoek moet plaatsvinden na de menstruatie en voor de eisprong.

Het onderzoek

Het onderzoek begint met een inwendig onderzoek. Er wordt een spreider in de schede ingebracht om de baarmoedermond in beeld te brengen. Vervolgens wordt de baarmoedermond met een klemmetje vastgepakt, waarna de contrastvloeistof ingespoten wordt. Dit kan pijnlijk zijn. U kunt op de monitor meekijken. Tijdens het inspuiten van de contrastvloeistof worden röntgenfoto’s gemaakt.

Na het onderzoek

Na het onderzoek kunt u tijdelijk wat buikpijn hebben. Gaat de buikpijn gepaard met koorts, dan wordt u verzocht contact op te nemen met uw behandelend arts. Een paar dagen kan er wat bloederige afscheiding aanwezig zijn. Het is geen bezwaar om in de cyclus van het HSG geslachtsgemeenschap te hebben. Enkele weken na het onderzoek komt u op de polikliniek terug om de uitslag van het onderzoek te bespreken.